LEI-code en EMIR

Inhoudsopgave

Verkrijg uw LEI
Voltooi ons aanvraagproces in slechts enkele minuten.
Klaar binnen 15 min

Hoe de LEI-code bedrijven verbindt met de EMIR-rapportageverplichtingen voor derivaten in de EUDe derivatenmarkt in Europa is streng gereguleerd. Sinds 2012 verplicht de European Market Infrastructure Regulation (EMIR) alle partijen bij derivatentransacties om hun transacties te rapporteren. Een van de fundamentele vereisten van dat systeem is een geldige LEI-code.

Als uw bedrijf derivatencontracten aangaat, of het nu gaat om valutaswaps, renteswaps, futures of soortgelijke instrumenten, dan is EMIR op u van toepassing, ongeacht of u een financiële instelling of een gewone onderneming bent. De verordening is opzet breed opgezet. Na de financiële crisis van 2008 kwamen de toezichthouders van de G20 overeen dat de derivatenmarkten veel transparanter moesten worden. EMIR was het antwoord van de EU op die toezegging.

Wat is EMIR en wat zijn de vereisten

De EU heeft EMIR in 2012 aangenomen om de transparantie op de Europese derivatenmarkt te vergroten en het systeemrisico te verminderen. De financiële crisis van 2008 bracht ernstige zwakheden in de derivatenmarkten aan het licht. Transacties waren moeilijk te volgen en toezichthouders hadden weinig inzicht in wie wat aan wie verschuldigd was. Toen grote instellingen begonnen om te vallen, had niemand een duidelijk beeld van hoe onderling verbonden de risico’s werkelijk waren. EMIR was de directe reactie daarop.

De verordening legt drie hoofdverplichtingen op. Ten eerste moeten alle partijen hun derivatentransacties rapporteren aan een transactieregister dat is erkend door de ESMA. Deze registers centraliseren de gegevens zodat toezichthouders de marktactiviteit kunnen monitoren en systeemrisico’s in realtime kunnen identificeren. Ten tweede moeten gestandaardiseerde over-the-counter-derivaten via centrale clearing verlopen. Een centrale tegenpartij stapt tussen de twee zijden van een transactie in, waardoor het risico wordt verkleind dat het falen van de ene partij de andere meesleept. Ten derde moeten tegenpartijen voldoen aan risicomitigatievereisten voor contracten die niet centraal worden gecleard, inclusief tijdige bevestiging van transacties en de uitwisseling van onderpand.

EMIR maakt onderscheid tussen twee soorten tegenpartijen. Financiële tegenpartijen omvatten banken, beleggingsondernemingen, verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en alternatieve beleggingsinstellingen. Niet-financiële tegenpartijen zijn alle andere in de EU gevestigde rechtspersonen die derivatentransacties aangaan. Dit betekent dat EMIR veel verder reikt dan de financiële sector. Energiebedrijven, fabrikanten, landbouwbedrijven en exporteurs die derivaten gebruiken om valuta- of renterisico’s af te dekken, vallen hier allemaal onder. Een Duitse autofabrikant die valutatermijncontracten gebruikt om wisselkoersen op inkomsten in Amerikaanse dollars vast te leggen, is een niet-financiële tegenpartij onder EMIR. Dat geldt ook voor een Finse papierfabriek die elektriciteitsprijzen afdekt via grondstoffenderivaten.

LEI-code en EMIR-rapportage

Het EMIR-rapportagesysteem draait op de LEI-code. Elke partij bij een transactie heeft een geldige LEI-code nodig voordat een transactie kan worden ingediend bij een transactieregister. Zonder deze code kan de rapportage niet worden voltooid en is de tegenpartij in overtreding van haar rapportageverplichting.

De LEI, of Legal Entity Identifier, is een alfanumerieke code van 20 tekens die een rechtspersoon op unieke wijze identificeert bij financiële transacties wereldwijd. Deze is ontwikkeld naar aanleiding van dezelfde G20-toezeggingen die tot EMIR hebben geleid, en is sindsdien de wereldwijde standaard geworden voor de identificatie van entiteiten in de financiële regelgeving. ESMA vereist dat tegenpartijen LEI-codes gebruiken om zichzelf en hun tegenpartijen te identificeren in alle EMIR-rapportages.

De Duitse financiële toezichthouder BaFin stelt het duidelijk: entiteiten zonder LEI-code moeten er onmiddellijk een aanvragen als zij een rapportageverplichting hebben onder artikel 9 van EMIR. Handelen zonder een geldige LEI-code is een bestuursrechtelijke overtreding en kan leiden tot sanctieprocedures. Hetzelfde principe geldt in alle EU-lidstaten, waarbij de nationale bevoegde autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de handhaving in hun respectieve rechtsgebieden.

Eén belangrijk detail is van toepassing op kleinere niet-financiële tegenpartijen. Zij rapporteren transacties niet altijd zelf. Wanneer een kleine niet-financiële tegenpartij handelt met een financiële tegenpartij, neemt de financiële tegenpartij de rapportageverplichting namens hen op zich. Maar de financiële tegenpartij heeft nog steeds de LEI-code van de niet-financiële tegenpartij nodig om de rapportage te voltooien. Dit betekent dat de verplichting om een geldige LEI-code te hebben geldt voor beide zijden, ongeacht wie de rapportage daadwerkelijk indient.

De LEI moet bovendien actief blijven. Een LEI-code die niet is vernieuwd, vervalt en wordt ongeldig. Een verlopen LEI-code veroorzaakt exact hetzelfde rapportageprobleem als het helemaal niet hebben van een LEI-code. Financiële tegenpartijen controleren routinematig de LEI-status van hun cliënten voordat zij transacties accepteren, en een verlopen code kan transacties vertragen of blokkeren.

Wat er is veranderd in 2024

EMIR heeft in 2024 een belangrijke update ondergaan. De EMIR REFIT heeft het technische rapportagekader herzien, waarbij nieuwe regels van kracht zijn sinds 29 april 2024. De wijzigingen waren aanzienlijk. Het aantal te rapporteren gegevensvelden steeg van 129 naar 203. Tegenpartijen moeten rapportages nu indienen in het ISO 20022 XML-formaat, dezelfde standaard die ten grondslag ligt aan internationaal betalingsverkeer en die in toenemende mate is ingebed in de infrastructuur van de financiële markten in Europa en wereldwijd.

De overstap naar ISO 20022 is van groter belang dan alleen het technische detail. Het weerspiegelt een bredere drang naar standaardisatie en machineleesbare gegevens in de gehele financiële regelgeving. De LEI-code staat centraal in dat streven. Wanneer elke entiteit in een transactie wordt geïdentificeerd door dezelfde wereldwijd erkende code, kunnen toezichthouders gegevens over markten, rechtsgebieden en activaklassen heen aggregeren zonder handmatige reconciliatie.

EMIR 3 is in december 2024 in werking getreden. Het introduceerde nieuwe vereisten met betrekking tot actieve clearingrekeningen bij in de EU erkende centrale tegenpartijen, gericht op het verminderen van de afhankelijkheid van de EU-markt van clearinginfrastructuur buiten de EU. Ook werden de regels voor de categorisering van tegenpartijen en de voorwaarden voor vrijstellingen binnen groepen geactualiseerd. Deze wijzigingen treffen vooral grotere financiële tegenpartijen. Ze geven echter een duidelijke richting aan: het regelgevingskader voor derivaten in Europa blijft zich ontwikkelen, en de vereisten rond gegevenskwaliteit, identificatie van entiteiten en clearinginfrastructuur worden strenger, niet soepeler.

EMIR, MiCA en het bredere regelgevingsbeeld

EMIR staat niet op zichzelf. In de gehele Europese financiële regelgeving is de LEI-code de rode draad geworden die verschillende regelgevingskaders met elkaar verbindt. De Markets in Crypto-Assets Regulation (MiCA) vereist dat aanbieders van crypto-activadiensten een geldige LEI-code opnemen in hun whitepaper en als onderdeel van hun vergunningsprocedure. ISO 20022 verankert LEI-identificatie in grensoverschrijdend betalingsverkeer. EMIR vereist het voor de rapportage van derivaten. MiFID II vereist het voor transactierapportage in effectenmarkten. De identificatiecode is in elk geval hetzelfde. Eén LEI-code werkt voor al deze kaders.

Deze convergentie is niet toevallig. Toezichthouders hebben consequent voor de LEI gekozen als de geprefereerde entiteitsidentificatie omdat deze wereldwijd, gestandaardiseerd en publiek verifieerbaar is, en wordt onderhouden door een netwerk van geaccrediteerde uitgevende instanties onder toezicht van de GLEIF. Voor elk bedrijf dat actief is op gereguleerde markten, is het hebben van een geldige en actuele LEI-code niet langer een niche-compliancevereiste. Het is basisinfrastructuur.

Op wie EMIR van toepassing is

EMIR is van toepassing op alle in de EU gevestigde rechtspersonen die derivatentransacties aangaan. Dat omvat zowel financiële instellingen als gewone bedrijven. De reikwijdte is breder dan veel ondernemingen beseffen.

Een fabrikant die valutarisico’s op exportcontracten afdekt, valt binnen de reikwijdte. Dat geldt ook voor een vastgoedonderneming met een lening met variabele rente die een renteswap gebruikt om variabele betalingen om te zetten in vaste. Een luchtvaartmaatschappij die brandstofkosten afdekt via grondstoffenderivaten valt eveneens binnen de reikwijdte. Als het instrument een derivaat is en de entiteit in de EU is gevestigd, is EMIR van toepassing.

Niet-financiële tegenpartijen vallen in twee groepen uiteen, afhankelijk van de omvang van hun derivatenactiviteiten. Partijen boven de clearingdrempel hebben te maken met strengere verplichtingen, waaronder verplichte centrale clearing voor bepaalde soorten contracten. Partijen onder de drempel hebben lichtere vereisten, waarbij hun financiële tegenpartij vaak de rapportageverplichting op zich neemt. Een geldige LEI-code is verplicht voor beide groepen. Er is geen vrijstelling van de identificatieplicht op basis van grootte of type tegenpartij.

Het is ook vermeldenswaard dat de reikwijdte van EMIR in sommige omstandigheden reikt tot niet-EU-entiteiten. Als een niet-EU-bedrijf een derivatentransactie aangaat via een EU-vestiging, valt die transactie binnen de reikwijdte van EMIR. De LEI-vereiste volgt dienovereenkomstig.

Een LEI-code aanvragen

Het registreren van een LEI-code duurt slechts enkele minuten. De aanvraag vereist basisinformatie over de rechtspersoon, waaronder de statutaire naam, het adres en het inschrijvingsnummer van de kamer van koophandel. De code wordt vrijwel onmiddellijk uitgegeven en blijft één jaar geldig. Daarna moet de LEI-code worden vernieuwd om actief te blijven.

Een verlopen LEI-code wordt ongeldig. Voor EMIR-rapportagedoeleinden veroorzaakt een verlopen code hetzelfde probleem als het helemaal niet hebben van een code. Tegenpartijen en hun financiële partners moeten de verlenging van de LEI beschouwen als een routinematige jaarlijkse taak, niet anders dan het vernieuwen van andere compliance-certificaten.

Als uw bedrijf derivatentransacties aangaat en nog geen geldige LEI-code heeft, kunt u er hier een registreren.